Fusies en ruzies

Emoties spelen bij fusies op alle niveaus in organisaties een belangrijke rol in het proces. Soms in de bestuurskamer zelfs meer dan op de werkvloer. Hoe ga je er mee om?

Fusiebegeleiding vraagt om emotionele intelligentie, naast vakkundig management van het proces en de inhoud. Ik heb een fusieproces maanden zien stilvallen doordat betrokken sleutelspelers bij elkaar de verkeerde emotionele knoppen indrukten.

Zaken als benoemingen en beloningen, de zetel/vestigingsplaats, de organisatienaam en of er voor bepaalde mensen nog wel plek is in de herberg van de fusieorganisatie, raken de persoonlijke normen, waarden en identiteit van betrokkenen. Ze spelen daarom een hoofdrol bij de start van een traject om te komen tot een voorgenomen besluit tot fusie van twee of meer organisaties. Het interessante is echter dat deze hoofdrol zich primair achter de coulissen afspeelt. De begrippen on stage en off stage zijn hier meer dan relevant.

In mijn loopbaan heb ik inmiddels drie keer de rol van projectleider / begeleider mogen spelen in het besluitvormingsproces rond een fusie. Of het nu de commercieel gedreven kansspelsector betreft, of juist de zorgsector, in alle gevallen waren er naast ons eigen projectteam tientallen mensen – met even zoveel persoonlijke emoties – bij betrokken. Bestuurders en materiedeskundigen van de klant werken hierbij zij aan zij met externe experts van verschillende bureaus. Ik herinner me een conference call van twee uur met een tiental Zuidas-advocaten die ik leidde. Dat was niet alleen een kostbaar, maar ook een bevlogen gesprek, met flink oplopend sentiment over wat voor het ongetrainde oog lijkt op minutieuze details. Als adviseur moet je op zo’n moment scherp zijn en soepel schakelen tussen inhoud, proces en interactie.

De les die ik heb geleerd is dat je je emotionele voelsprieten goed moet gebruiken om potentiële ‘emotionele beren op de weg’ vroegtijdig te herkennen

Uiteraard is het professioneel gezien van belang de juiste dingen te doen (de inhoud) en deze op het juiste moment en op de juiste manier te regisseren (het proces). De meeste winst (of voorkoming van verlies) valt volgens mij echter te behalen op de relatie en de emotie.

‘Emotiemanagement’ vind ik een Orwelliaans woord, dat je me niet gauw zult horen gebruiken. Oog voor emoties, het effectief anticiperen erop en soms gericht benoemen, zijn wel kernvaardigheden die je als organisatieprofessional in je bagage moet opnemen. Een extra paar voelsprieten werkt dan goed. In deze trajecten werk ik daarom graag samen met een projectsecretaris die voor mij de boots on the ground vormt in de fusieorganisaties. Naast de positieve effecten op analyse, planning en structuur die zo’n collega heeft, is hij of zij ook een vooruitgeschoven scout die de emotionele dynamiek kan aanvoelen en interpreteren.

Onzekerheid, angst en frustratie spelen vaak een hoofdrol in fusies, maar worden niet altijd benoemd en vinden hun weg vaak op een andere manier. Door de verhoogde werkdruk die een fusie meebrengt en de soms botsende waardensystemen en spraakverwarring door het werken vanuit twee organisaties, worden deze emoties vaak versterkt. Voordat je het weet glipt het proces je door de vingers en is al het werk voor niets geweest.

Voor een succesvolle fusie is het dus zaak voldoende aandacht en tijd te besteden aan deze emoties. Het bekende adagium slow down to go faster is hier het devies.